Word lid Bestel gratis

Flessenpost: de roker en Amerika

De roker weren als een moderne paria. Vanuit Princeton, New Jersey, schrijft Pia de Jong over wat haar opvalt. Vandaag: hoe zelfs het cowboykapitalisme de tabak afzwoer.
 

In Princeton heb ik nog nooit een kind zien roken, ook nauwelijks een volwassene trouwens. De roker wordt hier stevig geweerd uit het openbare leven, als een moderne paria. In Nederland daarentegen walmt de sigarettenrook me op Schiphol al tegemoet.

Het is een groot wonder dat Amerika het roken heeft teruggedrongen – dit land van de vrijemarkteconomie en het cowboykapitalisme, waar alles erop gericht is om iedereen meer te laten consumeren, zonder oog voor de gezondheid. De Verenigde Staten zijn een paradijs voor verslaafden met de overal aanwezige reclame, de krachtige lobby van het bedrijfsleven, en de zwakke of niet bestaande toezichthouders. Niemand kan de Amerikaan zijn auto, geweer, telefoon, suiker of vet afnemen, en al helemaal de overheid niet. Hoe is het in godsnaam mogelijk geweest dat dit met de sigaret wel is gelukt?

Daar zijn een aantal redenen voor. Om te beginnen rookte geen land zo vroeg en zo veel als Amerika. Vooral in de periode direct na de oorlog werd iedereen gestimuleerd te roken. Reclames prezen de gezonde werking aan met sigaretten „ fresh as mountain air ”. Begin jaren zestig stak de gemiddelde Amerikaan tien sigaretten per dag op. Zo’n 42 procent van de volwassenen rookte.

Dit veranderde met de dramatische waarschuwing van Luther Terry, de officiële gezondheidsadviseur van de regering en zelf een zware roker. Het rapport dat hij op 11 januari 1964 uitbracht http://www.historyofinformation.com/detail.php?id=3312 — op een zaterdagochtend om de aandelenkoersen van de tabaksfabrieken een adempauze te gunnen — wond geen doekjes om de schadelijke werking van sigaretten. Het rapport noemde longkanker en hart- en vaatziekten als risico’s. Zelf drukte Terry die dag met het rapport in de hand zijn laatste sigaret uit. Het bericht kwam hard aan en domineerde lang het nieuws.

Na deze waarschuwing van ‘Amerika’s topdokter’ namen de verkoopcijfers een snoekduik. De overheid dwong televisiezenders antirookreclame uit te zenden en snel daarna werden sigarettenreclames verboden. Ook de prijs ging omhoog, waardoor het vooral voor jongeren een dure hobby werd. De tabaksindustrie vocht hard terug, maar werd ernstig geraakt door grootschalige rechtszaken in de jaren negentig, die de fabrikanten dwongen miljarden dollars boete te betalen als bijdrage aan de medische zorg. Daarna kwamen andere verordeningen, zoals het rookvrij maken van overheidsgebouwen en de publieke ruimten daaromheen.

Het succes is opvallend. Vandaag de dag rookt minder dan 15 procent van de volwassen bevolking en het aantal daalt nog steeds. Er wordt geschat dat zo’n acht miljoen mensenlevens zijn gespaard. Voor de buitenstaander is het soms verrassend te zien hoe het land van laisser faire toch stevig kan ingrijpen. De uitgebreide bureaucratie van de federale overheid heeft scherpere tanden dan men denkt. Ook de gerechtshoven met hun lekenjury’s hebben veel macht en kunnen monsterboetes opleggen. Geen argument is zo krachtig als een dat de portemonnee raakt.

Nederland kan hier nog heel wat van ‘opsteken’ met nog steeds 23 procent rokers. Er vallen per jaar zo’n 20.000 mensenlevens te winnen. Kom op, als die Amerikanen het kunnen…

Reacties naar: pdejong@ias.edu